Instructie Rookmelder

 
 
ROOKMELDER
 
 
In elke woning is één rookmelder aanwezig; in de penthouses zijn 3 (gekoppelde) melders aanwezig.
Elke melder is aangesloten op het elektriciteitsnetwerk (230 V), tevens bevindt zich in de melder een 9-Volt-batterij om te kunnen blijven functioneren als de netspanning uitgevallen is. Een rookmelder reageert op verbrandingsdeeltjes in de lucht, dus niet op hitte, vlammen of gas. De rookmelder is zodanig ontworpen dat deze bij een zich verspreidend vuur een duidelijk hoorbaar alarmsignaal geeft.
Het geluidssignaal - 85 decibel op 3 meter afstand - waarschuwt u in noodgevallen.
 
Als het alarmsignaal klinkt, terwijl de rookmelder niet door u wordt getest, meldt de rookmelder de aanwezigheid van rook. HET KLINKEN VAN HET ALARMSIGNAAL VEREIST UW ONMIDDELLIJKE AANDACHT EN REACTIE.
 
HOE TE REAGEREN BIJ BRAND:
1. Niet in paniek raken, rustig blijven.
2. Het gebouw zo snel mogelijk verlaten. De deuren vóór het openen aanraken om vast te stellen of deze heet zijn. Indien mogelijk een andere uitgang kiezen. Als u dat kunt over de grond kruipen en NIET stoppen om nog iets mee te nemen.
3. Het gebruik van de lift vermijden. Het gebouw dient u te verlaten via het trappenhuis.
4. Op het niveau van de beganegrondverdieping (B) kunt u via de buitentrap naar het verzamelpunt gaan (trottoir vóór uw woonblok).
5. De brandweer opbellen (112) vanaf een plaats BUITEN het gebouw.
6. NOOIT IN BRANDENDE APPARTEMENTEN TERUGKEREN. Wacht op de brandweer!
 
Minstens eenmaal per maand dient u de werking van de melder(s) te controleren.
Ga als volgt te werk:
1.Het functioneren controleren:
Een constant brandend groen lampje (LED) geeft aan dat de rookmelder wordt gevoed met 230 V wisselstroom. Als de rode LED met tussenpozen van een minuut knippert, wordt de werking gecontroleerd, tevens wordt bij een knipperende rode LED gecontroleerd of de batterij nog voldoende opgeladen is.
2.Het alarmsignaal controleren:
De testknop ten minste 5 seconden lang ingedrukt houden. De rookmelder geeft viermaal per seconde een luide pieptoon. Het is mogelijk dat dit signaal na het loslaten van de testknop nog enkele seconden te horen is. In de penthouses met aaneengeschakelde rookmelders moeten alle rookmelders binnen drie seconden na het indrukken van de testknop en na het signaal van de geteste rookmelder een alarmsignaal geven.
LET OP: Hou tijdens de test een zo groot mogelijke afstand tot de rookmelders. Het alarmsignaal klinkt zo hard dat daardoor het gehoor beschadigd kan raken.
 
Indien er eenmaal per minuut een pieptoon klinkt dient de batterij vervangen te worden, de batterij is dan leeg.
In de rookmelder mogen alleen 9Volt (model 6F22 ofwel blok-) batterijtypes worden gebruikt (bijvoorbeeld Eveready 522 of 1222, Duracell MN1604 of Ultralife U9VL-J).
Oude batterijen inleveren bij een verzamelpunt of afvoeren als chemisch afval.
Het vervangen van de batterij is voor eigen rekening en dient op de volgende wijze uitgevoerd te worden (zie ook dit filmpje (Engelstalig)).
Volg het filmpje in deze volgorde:
1. De hoofdschakelaar van de groep, waarop de rookmelder is aangesloten, in de meterkast uitschakelen.
2. Een kleine schroevendraaier in de sleuf van de plafondsokkel steken. De blokkeerpal (lipje) met een       
schroevendraaier indrukken en de rookmelder tegen de klok in draaien om het uit de sokkel te verwijderen.
3. De rookmelder voorzichtig uit de houder trekken en erop letten dat er geen kabelverbindingen losraken.
4. De stroomstekker uit de achterzijde van de rookmelder verwijderen.
5. Het batterijvakje aan de achterzijde van de rookmelder openen aan de lip.
6. De batterij uit het vakje nemen. De verbruikte batterij van de batterijstekker trekken en correct, zoals eerder genoemd, afvoeren.
7. Een nieuwe 9V-batterij op de stekker aansluiten. De batterij kan maar op één manier worden aangesloten.
Erop letten dat de batterijstekker vast met de batterijaansluitingen verbonden is. Na het plaatsen van de batterij geeft de rookmelder mogelijk een korte pieptoon. Dat is normaal en betekent dat de batterij correct is aangebracht.
8. De batterij in het vakje leggen.
9. Het batterijvakje sluiten. Indrukken tot het klikt.
10. De testknop indrukken en ingedrukt houden. Het alarmsignaal klinkt als de batterij correct is aangesloten en goed functioneert.
11. De stroomstekker weer inklikken. Voorzichtig aan de stekker trekken om te controleren of hij goed vastzit.
12. De rookmelder door rechtsom te draaien weer in de plafondsokkel bevestigen en laten inklikken.
13. Stroom in de meterkast inschakelen, controleren of de groene LED brandt en de rookmelder met de testknop controleren.


In de parkeerkelder is een brandmeldinstallatie aanwezig die in geval van nood een ontruimingsalarm laat horen (in toonhoogte variërend geluid). Dit alarm is in eerste instantie uitsluitend bedoeld om de parkeerkelder en de bergingen zo snel mogelijk te verlaten wegens een brand of wegens koolmonoxide-ophoping (giftig gas) in de parkeerkelder. Mogelijke uitbreiding van de brand en/of de koolmonoxideophoping kan aanleiding zijn voor een complete ontruiming van het complex.

 
Volg de aanwijzingen van de brandweer te allen tijde direct op.

 U kunt hier de folder eventueel Downloaden

 

Reageren is niet mogelijk